Over de componisten

Dit jaar hebben we verschillende componisten die samen het concert zullen vormen. Met oude klanken uit de Engelse Barok en Renaissance tot nieuwe moderne geluiden van de twintigste eeuw zal dit concert de thema’s van herdenking laten klinken: van verlies en herdenking tot vrijheid en opstanding zullen Henry Purcell, Thomas Morley, Orlando Gibbons, Charles V. Stanford, Edmund Rubbra en Herbert Howells een onvergeetbaar programma brengen. 

Verlies

Portret van Herbert Howells door Clive Barda

De componisten zijn gekozen rondom de sfeer van Herbert Howells requiem (1932). Herbert Howells was een Britse componist uit de twintigste eeuw, geboren in het dorpje Lydney in 1892. Zijn vader Oliver Howells bracht de jonge Herbert muziek in zijn leven; als orgelspeler bij de lokale kerk was Oliver de eerste muziekleraar van zijn zoon en zag hij hem opgroeien tot koorjongen en orgelspeler.

De familie Howells kenden economische moeilijke tijden, maar dat weerhield Herbert er niet van om verder te leren onder verschillende docenten die zijn potentie zagen en hem onder hun vleugel genomen hadden totdat hij in 1912 op de Royal College of Music belandde. Hier kreeg hij les van onder anderen Charles V. Stanford, van wie wij meer zullen horen in dit programma.

Van muzikant bloeide Herbert op tot componist die zich vooral bezighield met liturgische muziek en zijn eigen gevoelens naar muziek vertalen. Vanaf 1920 gaf Howells ook les op the Royal College of Music en bleef hij muziek componeren voor orkest en koor. Hij begon zich meer te richten op koor en orgelmuziek.

Hij werd met veel tragedies geconfronteerd in zijn leven, zoals dat zijn vaders bedrijf failliet ging en dat Howells gediagnosticeerd werd met schildklierziekte in 1915 en te horen kreeg dat hij nog maar zes maanden te leven zou hebben. Dit weerhield hem echter niet om te componeren en zijn gevoelens in zijn stukken te verwerken. Dit komt naar voren in zijn requiem, geschreven voor zijn gestorven zoontje en pas decennia later uitgevoerd omdat Howells het als een persoonlijk stuk zag. Vanaf de jaren veertig begon Howells zich te richten op liturgische muziek en schreef hij missen en lofzangen. 

De dood wordt in Howells requiem op een zeer persoonlijke manier behandeld. Met het deel Salvator Mundi hoor je hem vechten met het gevoel dat bij de dood van een dierbare komt kijken: de partijen wringen met elkaar tot ze uiteindelijk oplossen in één samenzang, want voor Howells ging de dood niet alleen over verdriet, maar ook acceptatie.

Howells heeft in zijn leven meerdere onderscheidingen verdiend: De Collard Life Fellowship van the Worshipful Company of Musicians, de CBE en werd in 1972 een Companion of Honour. 

In 1983 stierf Howells in Londen op negentigjarige leeftijd.

Thomas Morley’s boek A Plaine and Easie Introduction to Practicall Musicke

Thomas Morley (1557-1602) wordt ook wel de vader van het Engelse madrigaal genoemd. Als componist, theoreticus, zanger en orgelspeler bedreef Morley muziek op een kleurrijke manier die zich zou vastzetten in de geschiedenis van Engelse muziek. In Elizabethan tijd was Morley de bekendste seculiere componist van Engeland. Als kleine koorjongen zong Morley in zijn lokale kathedraal en bleef zingen in zijn latere jaren aan de hofkapel. Zijn passie voor koormuziek werd vertaald in de vele werken die hij voor zang heeft geschreven, zoals Triumphes of Orania (1601) voor de inhuldiging van koningin Elizabeth en zijn Italiaans beïnvloedde canzonetten en madrigalen. Morley schreef tevens een belangrijk muziekboek, A Plaine and Easie Introduction to Practicall Musicke (1597), waarin hij de theoretische basis vastlegde van muzikale werken van zijn tijd.

Herdenken

Henry Purcell

Henry Purcell (1659-1695) was een van de weinige Engelse componisten uit de renaissance die zijn werk besteedde aan de theatrale muziek. De Londense componist componeerde al op elfjarige leeftijd en bracht zijn tijd vooral door als liturgisch componist voor de Abdij van Westminster en de Koninklijke kapel waarvoor hij psalmen en anthems schreef. In zijn tijd aan het hof schreef Purcell stukken voor Koning James II en Koningin Mary. In zijn latere jaren schreef hij muziek voor theaterstukken, onder anderen King Arthur, or the British Worthy (1691). Wat Purcell zo speciaal maakt is dat hij de componist was van de eerste Engelse opera, namelijk Dido en Aeneas (1688). Deze opera wordt nog steeds bewonderd tot op heden dag. 

Orlando Gibbons

Orlando Gibbons (1583-1625) was ook op jonge leeftijd te vinden in het koor. Voor de King’s College te Cambridge zong hij en werkte later als orgelspeler aan het koninklijke hof en de abdij van Westminster. Gibbons schreef zowel kerk- als seculiere muziek; zo nam hij het schrijven van madrigalen over van Morley en componeerde hij veertig anthems voor de Engelse kerk. Naast bijzonder componist van koorwerken was Gibbons bekend als toetsenbord speler, die in zijn tijd geen rivalen had. 

Vrijheid

Charles V. Stanford

Charles V. Stanford (1852-1924) leefde een paar eeuwen na deze vorige componisten. Hij zou eigenlijk zijn vader volgen en advocaat worden, maar uiteindelijk mocht Stanford zijn droom nastreven om muzikant te worden als hij eerst ‘classics’ zou gaan studeren aan de Queen’s College te Cambridge. Hier spendeerde Stanford echter meer tijd aan het componeren van muziek dan het studeren. Hier dirigeerde hij voor meerdere koor verenigingen binnen de universiteit en speelde hij orgel voor Trinity college. Na zijn tijd in Cambridge verhuisde Stanford naar Duitsland om in Leipzig en Berlijn te studeren. Hier reisde hij rond om naar de grootste componisten van deze tijd te luisteren, zoals Wagner, Brahms en Meyerbeer. Hij leerde over contemporary music en vroege koormuziek die hij combineerde in zijn muziekstukken. Hij schreef missen en opera’s gebaseerd op Shakespeare’s werken. Stanford wordt vaak gezien als de moderne Purcell, ervaren in beide kerk en seculiere muziek. Als componist en leraar van onder anderen Herbert Howells heeft Stanford zijn stempel gezet op de geschiedenis van Engelse muziek.

Opstanding

Edmund Rubbra

Edmund Rubbra (1901-1986) was een Britse componist en pianist, geboren in Northampton en al snel gepassioneerd over muziek. De tijd die Rubbra niet spendeerde aan school en zijn baantje op een treinstation focuste hij op het studeren van piano en orgel. Zijn muziekleraar Cyril Scott zorgde dat Rubbra een beurs kreeg voor het Royal College of Music in Londen, waar hij studeerde tot hij moest vertrekken voor militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hier eindigde zijn muzikale leven echter niet. Na de oorlog werd Rubbra muziekdocent aan de universiteit van Oxford en richtte hij zich op orkest- en koorwerken. Dit waren symfonieën, pianoconcerten, kamermuziek stukken, maar ook madrigalen, motetten en liederen. In zijn werken stond altijd het melodische element vooraan.
Naast het componeren en piano spelen schreef Rubbra vele artikelen over zijn eigen, maar ook andermans muziek. 

Semuel Sebastian Wesley

Samuel Sebastian Wesley (1810-1876) was een Engelse organist en componist, geboren in Londen. Hij is vooral bekend om zijn bijdrage aan de Engelse kerk en wordt nog steeds gezien als een van de beste Engelse componisten van de kerkmuziek. In zijn tijd bracht de Engelse kerkmuziek namelijk weinig inspiratie en hij had daar een verandering ingebracht, ondanks dat hij een moeilijke man bleek te zijn om mee te werken. Zijn invloed kan vooral gevonden worden in de bouw van orgels. Hij ging naar tentoonstellingen waar hij nieuwe ideeën van de stand van pedalen van orgels. De verspreiding van orgels met pedalen die een waaier vormen is aan Wesley te danken. Hij trad vaak op op deze nieuwe orgels en zijn muziek is nog zeer populair in onze tijd. De simpele melodieën zijn geliefd onder de kerkkoren en worden nog steeds vaak uitgevoerd.